Nieuwjaarstips van de werkgroep

Nine: Ik gebruik een blok zeep in plaats van vloeibare, daar zit namelijk aanzienlijk minder palmolie in en doe je langer mee! Daarnaast heb ik als schoonmaakmiddel enkel soda in huis, daarmee maak je alles glanzend schoon zonder chemicaliën. Mijn kleding was ik met Seepje wasnoten, ook dat is een natuurlijk middel zonder microplastics en chemische toevoegingen. 

Minke: je kan invloed uitoefenen op de doelen waarin je indirect investeert via je bank en je energieleverancier. Stap over op een bank die niet investeert in fossiele brandstoffen, kinderarbeid of de wapenindustrie, maar in duurzame doelen, zoals ASN en Triodos bank doen. Kijk of je kan overstappen op een groene energieleverancier zoals Greenchoice en Vandebron, of stap over op groene stroom bij je huidige leverancier. Als je hier niet zelf over beslist kan je je ouders, huisbaas of woningbouwvereniging hiertoe aansporen! 

Yannick: Een tip om minder energie (verlichting; verwarming) te verbruiken is om ‘s avonds een uur eerder in je bed te duiken ;)

Anthea: Een van de meest gemaakte fouten in huis (ook door mij helaas) is het weggooien van eten. Maak een boodschappenlijstje voordat je de winkel instapt en koop alleen wat nodig is. Heb je te veel over? Vries het in! Zo kun je er nog weken van genieten. Een duurzaam huis begint namelijk bij jezelf. “The greatest threat to our planet is the belief that someone else will save it”. 

Martijn: Lijkt de stap naar vegetariër of veganist zijn je best wel groot? Probeer eens een aantal gerechten te bereiden met behulp van een vegetarisch of veganistisch kookboek. Je zult zien dat je zo goed als àlle kanten op kunt met je ontbijt, lunch, of avondeten!

Rik: Veel cosmetica gebruiken we omdat het nou eenmaal normaal is; iedereen gebruikt ze. Als je je persoonlijke leefstijl wilt verduurzamen kun je hier natuurlijk speciale duurzamere varianten van kopen, maar nog duurzamer is om te consuminderen. Zo gebruik ik sinds enkele jaren geen douchegel, shampoo, deodorant en aftershave meer en het bevalt me prima! Ik heb een vrij droge huid, droog haar en scheer elektrisch, dus ik heb niet het idee dat ik deze producten nodig heb. Volgens mij en mijn vriendin ben ik niet erger gaan stinken. Bedenk eens waarom je de producten gebruikt die je gebruikt, en of je ze echt nodig hebt!

Sanne: Een overvolle kledingkast? Trek je de helft van je kleding niet meer aan? Houd eens een ruilmiddag met vriendinnen, ga naar een georganiseerde kledingruil bij jou in de buurt of breng jouw kleding naar de kringloopwinkel! Zo maak je anderen blij met de kleding die je zelf niet meer draagt, ligt jouw kostbare kleding niet meer te verstoffen in je kast én heb jij weer overzicht in wat je hebt. Daar is alleen maar op te winnen toch?!

Maike: Neem een thermosfles met koffie mee naar je lessen of colleges. Bespaar plastic, papier èn geld! 

Esther: ik ben zelf steeds meer bezig met het scheiden van afval. Vogel uit hoe het precies werkt in jouw gemeente en begin met papier/karton en glas, en probeer dit uit te breiden naar het scheiden van plastic. Vervolgens is het een uitdaging om zo min mogelijk afval te verzamelen! Denk na over het aantal verpakkingen en andere wegwerpbare zaken die je dagelijks tegenkomt: begin met het zeggen van nee tegen rietjes, boodschappentasjes, plastic bestek, koffiebekers, koffie deksels, hemdtasjes, waterflesjes, overdadige servetten, plastic bekers en plastic bordjes. Let maar eens op hoeveel afval je op een dag aangeboden krijgt. Het is belangrijk je dit te beseffen want wegwerp bestaat namelijk niet: het komt echt ergens terecht.

Thomas: Denk jij dat je niet duurzaam bent? Grote kans dat je duurzamer leeft dan je denkt. Het is duidelijk te zien aan de markt dat we steeds bewuster worden en die markt anticipeert op onze vraag als consument. Zo worden duurzame producten/keuzes langzamerhand de standaard. De keuze om minder rundvlees te eten heeft bijvoorbeeld al impact op een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Als samenleving bepalen we de standaard!

 

Future Generations Forum

De Toekomst ligt in onze handen
Op zaterdag 10 december 2016 vond het Future Generations Forum (FGF) plaats in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat te Utrecht. Dit uitverkochte evenement was een groot succes met 250 aanwezigen. Op deze dag, georganiseerd door werkgroep Jong en Duurzaam van NJR (Nationale Jeugdraad), werden jonge changemakers in de spotlights gezet. Jongeren hebben inspirerende ideeën en capaciteiten die een podium verdienen.

Het doel van het FGF was het inspireren van de generatie van de toekomst om onze samenleving te verduurzamen en te laten zien dat duurzaamheid verder gaat dan afval scheiden en korter douchen. In drie verschillende workshoprondes (publieke sector, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld) en tijdens de plenaire pitchronde, werden de bezoekers aangespoord om duurzame oplossingen te bedenken voor hedendaagse problemen. Het handelingsperspectief stond centraal. 

Bijzondere highlights uit het programma: Adel vertelde zijn verhaal en maakte duidelijk dat we ‘de vluchtelingen’ niet moeten benaderen als groep maar als individuen, Taste Before You Waste liet mensen proeven, ruiken en zien hoe je voedselverspilling kan voorkomen, Jasmijn van den Berg vertelde dat je heel eenvoudig een Love Coin kan maken om je waardering voor anderen te delen en Jesse Jorg (WeTheCity) vertelde over hoe hij buren anders naar de wereld en elkaar laat kijken door buurtprojecten tot kunst te verheffen. Tevens vond er een debat plaats tussen jonge politici van jongerenorganisaties van de Nederlandse politieke partijen.


Echt Jong en echt duurzaam
Bij de evenementen die we bezoeken, valt een aantal dingen ons op. Het zijn altijd dezelfde oudere mensen die een jong publiek toespreken: een eenrichtingsverkeer aan informatie. Tevens nemen de organisatoren duurzaamheid meestal niet écht serieus en conflicteert hun handelen met de boodschap. Zo worden bijvoorbeeld flesjes water uitgedeeld en vleesgerechten worden geserveerd.

Met het FGF laten wij zien dat het anders kan. De dag was echt interactief, de catering was volledig veganistisch (lunch, drankjes, snacks), alle informatie was digitaal verzonden en we boden een OV vergoeding voor de sprekers. Tevens was er bionade aanwezig en geen gebotteld water of frisdrank. Gasten dronken uit kopjes, er was dan ook weinig afval. Er werd zelfs omgeroepen dat mensen broodjes mee moesten nemen om voedselverspilling te voorkomen. Gasten lieten weten dat ze écht geïnspireerd zijn en de dag waardevol vonden. De vernieuwing en frisse positiviteit die we hadden belooft, hebben we waargemaakt.

Dit alles hebben we voor elkaar gekregen zonder budget. Vanwege de sterke duurzaamheidsambitie stelde Rijkswaterstaat hun LEF Future Center te Utrecht en de bijbehorende werkwijze graag ter beschikking aan ons. Ons doel is om jongeren te informeren, inspireren en activeren. Een dag waar je eens echt nieuwe dingen leert en over je eigen toekomst meepraat: het moet nu gebeuren. De jonge generatie neemt de duurzame toekomst in eigen hand!

Geschreven door Nine de Jonge

Duurzaamheid als kernwaarde

Nine zit sinds september 2015 bij de Werkgroep Jong en Duurzaam. Ze is gastlessen coördinator. Hoe was het voor haar om haar eerste gastles te geven?

Spannend?
Grappig genoeg, merkte ik dat ik helemaal niet zenuwachtig was. Het was anders dan een presentatie geven voor studiegenoten. Ik wist niet wat ik kon verwachten en dacht ‘ik zie het wel’. Ik hoopte vooral dat de kinderen een beetje meer zouden leren over duurzaamheid. De les was op een VMBO school, waar ik niet echt een beeld van had. Eenmaal op de school kreeg ik pas een beeld van om welke kinderen het gaat, ze zijn echt jong! En druk, haha. 

De les
We waren gevraagd om gastlessen te geven over duurzame kleding. Maar we merkten al snel dat kinderen eigenlijk niet wisten wat duurzaamheid is. Dat is jammer, je hoopt dat het een van de kernwaarden is waar kinderen mee opgroeien. Er zou meer aandacht voor moeten komen in het onderwijs, dit is dan ook waar wij voor zijn. Op de vraag ‘wat is duurzaamheid’ was de eerste reactie: ‘duur?’. Het zou tof zijn als de kinderen ‘recycling, windmolens, vegetarisch’ door elkaar roepen. 

Het was lastig om de aandacht van de kinderen vast te houden omdat ze veel met elkaar bezig zijn. Je wilt de kinderen graag iets wilt leren, maar je weet niet of het overkomt. Ik merkte dat het erg per klas verschilt wat ze interessant vinden en wat ze al weten. Wel vinden ze een gastles vaak interessanter dan een les van hun eigen docent. Dat is goed om je te realiseren.

De klas
We vroegen op een gegeven moment wie er tweedehandskleding zou kopen. Het was grappig om te merken dat de reacties zo verschillend waren; “Bah, ik weet niet of hij misschien schimmel heeft of zo.” Tweedehands kleding kopen werd vies gevonden. Kleding van familie, daarentegen, vonden ze heel normaal. Daarnaast wisten ze heel goed wat de wenselijke antwoorden waren op vragen. We vroegen waar ze voortaan op zouden letten tijdens het kopen van kleding: “biologisch katoen en op het label kijken waar het vandaan komt”. 

Dynamiek
Het is interessant om het groepsproces te zien; de kinderen beïnvloeden elkaar enorm. Ze zitten in een hele andere fase dan ik, en dat roept ook herinneringen op. Het is ook goed om je te realiseren hoe jij was toen je zo oud was. Dat kan je helpen om een leuke les te verzorgen. Wat had jij zelf interessant gevonden? We proberen onze lessen dan ook zo interactief mogelijk te maken. We streven naar discussie zodat de kinderen een mening kunnen vormen en deze ook kunnen laten horen. Onderwijs is niet passief leren, onderwijs is actief reflecteren. 

Wat nemen wij mee voor de volgende keer: Plan de reis naar de school
De dag begon met een lange fietstocht. We rekenden op een uur fietsen, ook al gaf Google Maps aan dat het een half uur zou zijn. Onderweg hadden we wind, hagel en natuurlijk raakten we ook de weg een beetje kwijt. Uiteindelijk waren we er vijf minuten voor de les, wat een beetje laat is. Het was prima, maar liever spreek je eerst de docent, zodat je kennis kan maken en alles door kan spreken.

Circulaire Economie in Colombia!

Door oud- werkgroeplid en mede-coördinator Jaleesa Schaap

Ontzettend mooi om te zien dat het duurzaamheid virus zich groots verspreidt: Circulaire economie in Colombia!

Als voormalig voorzitster van de werkgroep Jong en Duurzaam heb ik mij met een groep gemotiveerde jongeren sterk ingezet voor duurzaamheid. Onderwerpen als duurzaam voedsel en afvalscheiding kwamen aan het licht, maar ook een zeer belangrijk onderwerp was circulaire economie. In mijn reis door Zuid en Midden Amerika viel het mij op dat duurzaam bezig zijn op veel plekken nog niet vanzelfsprekend is: overconsumptie van plastic (werkelijk elk artikel wordt in een apart tasje ingepakt in de supermarkt), veel gebruik van de auto en, misschien nog wel het ergste, extreme overconsumptie van vlees. Toch worden er wel degelijk duurzame stapjes ondernomen! Afvalscheiding wordt in veel grote steden steeds vanzelfsprekender, er worden speciale fietsdagen georganiseerd waarbij de wegen niet geopend zijn voor auto’s en ook hier ontstaan er steeds meer organisaties die zich net als de werkgroep Jong en Duurzaam met duurzaamheid bezighouden.

Op dit moment bevind ik mij in Yopal, een stad 150 km van Bogota, Colombia. Vorige week zaterdag bundelde drie organisaties hun krachten en hebben het evenement Trueco georganiseerd. Het idee van Trueco is dat mensen kleding, accessoires en boeken meebrachten; alles in goede staat maar niet meer door henzelf in gebruik. Voor elk ingeleverd artikel werd een fiche uitgedeeld, welke later op de middag mocht worden geruild voor een kleding stuk of artikel die iemand anders had ingeleverd. Een grote ruilmiddag dus!

Yopal is een voormalige oliestad, maar is nu geteisterd door een hevige economische crisis. Het is daarom erg belangrijk dat de organisaties de mensen op een positieve manier benaderen en de mensen op een positieve manier in contact brengen met duurzaamheid.

De organisaties hebben als visie dat het leven op een veel duurzame manier geleefd kan worden en probeert de mensen hiertoe uit te dagen met events zoals Trueco. Trueco was een groot success, omdat het mensen wat geld konden besparen, elkaar blij konden maken met hun oude kleren, maar vooral ook omdat mensen op een positieve manier gewezen werden op een meer verantwoordelijke en duurzame manier van consumeren. Tussen alle kleding hingen briefjes met informatie over de vervuiling van de kledingindustrie en feiten over de overconsumptie van kleding; want wie heeft er niet minsten drie paar broeken in de kast die eigenlijk niet meer gedragen worden?

Het was een prachtig middag met een goede opkomst en een hele positieve sfeer. Mensen gingen blij naar huis met, voor hen, nieuwe sieraden, boeken en kleding. Jong, oud, man en vrouw, iedereen kwam op het event af en maakte met elkaar een praatje onder het genot van een vers sapje. Ik vond het mooi om te zien dat iedereen het zo naar z’n zin had, en al helemaal wanneer je je realiseert dat dit alles een prachtige stap was in de richting van verantwoorde en duurzame consumptie. Een duurzame wereld komt stapje voor stapje dichterbij!

 

Link naar filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=iesbaDoo0nA&feature=youtu.be
Film: Daniel Niehaus
Foto’s: Mitchel Lensink


"Dat is duur!" tot "iets met recyclen?"

De eerste gastles van Christine

Na zo’n anderhalve week bij Jong en Duurzaam was ik al op weg naar mijn eerste gastles. Met gezonde spanning liep ik de school binnen, want: hoe zullen de leerlingen reageren? Zullen ze de boodschap meekrijgen en zou de les wel goed verlopen? Eenmaal aan de gang bleek het allemaal heel erg mee te vallen. De leerlingen deden goed mee en zeiden alles wat er in hun opkwam (toegegeven: dit ging echt niet altijd over duurzame kleding, maar samen met de docent wisten we de leerlingen steeds weer bij de les te krijgen).

Aan het begin van de les probeerde Níne en ik erachter te komen wat de leerlingen al wisten. We vroegen wat de leerlingen dachten bij het woord duurzaamheid. Het werd snel duidelijk dat de tweedeklassers echt weleens van dit woord gehoord hadden, maar dat de betekenis nog onduidelijk was. De gedachten liepen dan ook uiteen van “Dat is duur!” tot “iets met recyclen”. Toen was het echter onze beurt, want hoe leg je nu precies uit wat duurzaamheid is. De term is nogal vaag en over de definitie wordt gediscussieerd. Dit moest dan ook nog zonder het vakjargon dat ik vanuit mijn studie gewend ben. Een hele uitdaging dus, maar ontzettend leuk!

Hierdoor werd ik ook gedwongen om opnieuw over dit soort begrippen na te denken: Hoe laat je zo’n vaag begrip tot de verbeelding spreken bij de leerlingen? En hoe zorg je ervoor dat zij dit in hun eigen omgeving kunnen toepassen en herkennen? Door vragen te stellen aan de leerlingen en met hen in gesprek te gaan proberen we hen hierover te laten nadenken. Vanuit de leerlingen kwamen er (voor mij) verrassende dingen naar boven. Zo bleken veel leerlingen hun kleding al niet direct weg te doen, maar door te geven aan bijvoorbeeld familie en vrienden. Dit deden ze niet om duurzaamheidsredenen, maar je merkte dat deze tweedeklassers het leuk vonden om te horen dat ze ongemerkt al met duurzame kleding bezig waren. Ook verrassend voor mij was de discussie die daarop volgde over tweedehandskleding. Hieruit bleek dat leerlingen het prima vinden de kleding  weg te geven, maar dat er nog een barrière is om zelf tweedehandskleding te kopen.

Ook kwam de onvermijdelijke vraag naar onze eigen kleding. De leerlingen wilden natuurlijk weten wat wij zelf aan duurzaamheid doen. Gelukkig hadden we allebei kleding aan die ofwel tweedehands was ofwel van een merk was dat rekening houdt met duurzaamheid. We hadden onszelf daarmee bewezen als “echt”. We prediken duurzaamheid niet alleen, we doen er ook zelf wat mee.

We hoopten dit ook bij de leerlingen teweeg te brengen. Toen we aan het begin van de les vroegen waar zij vooral op letten bij het kopen van kleding kwam daar vooral uit dat het mooi moest zijn, niet te duur en dat het goed moest zitten. Aan het eind hebben we deze vraag nog een keer herhaald en de antwoorden werden aangevuld met o.a.: op het labeltje kijken waar kleding vandaan komt, tweedehandskleding kopen en kijken of iets van biologisch katoen gemaakt is. Ons doel was dus bereikt. Of deze leerlingen dit nu altijd gaan doen of er één keer naar kijken na onze les: er is winst geboekt!

Ik stapte dan ook met een voldaan gevoel weer op de fiets. Op naar de volgende!

De gastles ervaring van Martijn: "Maar wat kunnen wij dan zelf doen?"

“Maar wat kunnen wij dan zelf doen?” Deze vraag stelde een leerling uit klas 2h van het Via Nova College in Utrecht afgelopen maandag tijdens één van de gastlessen die ik daar gaf samen met Aron. Tsja, dat is een hele goede vraag natuurlijk, een vraag die behoorlijk wat stof tot nadenken geeft. Want hoe kun je nou zelf zorgen dat je de wereld nét een beetje duurzamer maakt?

Ik zit nog maar kort bij de werkgroep Jong & Duurzaam, maar heb inmiddels al vier keer een gastles kunnen geven—alle vier de keren op het Via Nova College in Utrecht, over duurzame kleding. Een erg vette ervaring en bovendien heel leerzaam op verschillende vlakken. In de afgelopen twee jaar heb ik namelijk erg veel met duurzaamheid te maken gehad binnen mijn studie en daarnaast heb ik ook een heel aantal keren voor een klas met leerlingen van de middelbare school gestaan om hen een uitleg te geven, maar ik heb deze twee dingen nog niet eerder met elkaar kunnen combineren—tot nu dus!

Wat ik vooral zo leuk vond aan het geven van de lessen is dat je telkens weer moet afwachten hoe de leerlingen aan wie je je verhaal vertelt met dat verhaaltje omgaan en hoe ze erop reageren. De grootste uitdaging ligt dan ook in het achterhalen wat de leerlingen die je voor je hebt zelf al weten over het onderwerp, om daar vervolgens weer op in te haken en dan samen met hen een stapje verder te zetten. Door vooral veel vragen aan ze te stellen kom je er al snel achter wat de leerlingen bezighoudt en interesseert. Gaandeweg lukte het Aron en mij steeds beter om dit te doen en de aandacht van de leerlingen tot het einde van de les vast te houden; heel leerzaam dus om dit een aantal keren achter elkaar te doen!

Verder was mijn ervaring dat je tijdens het geven van de gastlessen altijd weer verrast wordt door de input van de leerlingen: vragen die je nog niet eerder had gehoord, opmerkingen waar je zelf nog niet bij had stilgestaan, en antwoorden die je totaal niet had verwacht. Zo had ik niet verwacht dat leerlingen zomaar voor de klas hun ideeën over de levenscyclus van een T-shirt zouden presenteren, dat er toch bij veel leerlingen nog onduidelijkheid heerst over wat ‘klimaat’ en wat ‘weer’ is, of dat de feitjes over watergebruik bij kledingproductie zo goed zouden blijven hangen (zo wist er in de laatste klas iemand zomaar feilloos het aantal liters water dat nodig voor de productie van een T-shirt en een spijkerbroek op te noemen—in dit geval was het dan alleen niet zo erg dat vrienden uit een andere klas antwoorden door fluisteren…). Erg gaaf om al doende zulke dingen te ontdekken!

Het mooiste van de gastlessen vond ik om aan het einde van elke les de leerlingen te vragen wat ze geleerd hadden in die kleine 45 minuten die Aron en ik voor het bord hadden gestaan. Dan zie je dat vrijwel iedereen iets nieuws heeft kunnen opsteken—heel uiteenlopende dingen, en voor de één waren er misschien wat meer nieuwigheden dan voor de ander—en dat ze toch op een andere manier zijn gaan kijken naar iets dat voor hen (en voor iedereen) één van de normaalste zaken van de wereld is: het dragen van kleding. Je merkte ook dat het sommige leerlingen bezig hield wat ze met die nieuwe kennis en perspectieven konden doen. Vooral de vraag “Maar wat kunnen we dan zélf doen?” van één van de leerlingen en het plan van één van de leraren om samen met de leerlingen naar Hoog Catharijne te gaan en daar in de winkels te vragen naar duurzaam geproduceerde kleding, laten in mijn ogen dan ook zien dat het zeker mogelijk is om in korte tijd anderen iets nieuws te leren, te inspireren, en te activeren—tof is dat, want uiteindelijk doe je het daar toch voor. Op naar de volgende lessen!

Interview met Marlies Drooger

Door gastles coördinator Nine de Jonge

Hoe is het om gastlessen te geven? Wat vinden leerlingen van duurzaamheid? Hoe geef je een goede gastles? Deze vragen stelde ik aan ervaringsdeskundige Marlies Drooger.

Marlies is mede-coördinator van de werkgroep Jong & Duurzaam bij de Nationale Jeugdraad (NJR), het jongerennetwerk van Nederland. De werkgroepJong & Duurzaam geeft gastlessen aan middelbare scholieren door het hele land over onderwerpen gerelateerd aan duurzaamheid. De teamleden ontwikkelen de gastlessen zelf, en inmiddels is er al een mooie database verzameld. In februari 2015 sloot Marlies zich aan bij het project ‘de afvalboom’ van de werkgroep. Daarnaast begon ze ook met het geven van gastlessen, naar eigen zeggen om “de boodschap en het duurzaamheidsvirus verspreiden”.

Wat was je motivatie om bij de werkgroep Jong en Duurzaam van NJR te gaan?
Ik zocht naar iets leuks om te doen naast mijn studie en wilde mijn kennis in de praktijk implementeren. Ik vind het tof dat je echt onderdeel bent van de Nederlandse jongeren. En dat je deze kennis kunt delen andere jongeren enthousiast te maken over duurzaamheid.

Aan welke klassen gaf je les?
Ik heb lessen gegeven aan diverse klassen, zowel in leeftijd als niveau, en door het hele land. Grappig is dat het per regio verschillend is wat een klas al weet en dat dit veel minder afhankelijk is van het niveau. Al moet je bij het VMBO iets meer op taal letten, een voordeel is dat je hierdoor zelf ook beter gaat nadenken. Als je het namelijk niet uit kan leggen, weet je zelf over het algemeen ook niet zo goed wat je eigenlijk wilt zeggen.

Waar gaf je voor het eerst les?
Ik begon op mijn oude middelbare school, dit vond ik heel spannend. Daar gaf ik les aan een VWO klas die twee jaar jonger was, en die mij ook kende. Terugkijkend was het echter de leukste les die ik gegeven heb. De sfeer was heel ontspannen en er kwam veel input vanuit de klas. Aan het begin hadden de leerlingen zoiets van “wat kan jij ons nou leren?”, maar achteraf vonden ze het erg leerzaam.

En later vond je het niet meer spannend?
Klopt, op den duur ging dit gevoel weg. Als de leerlingen je niet kennen, dan zien ze je echt als volwassen en volwaardig. Jij bent de leraar, en dan is het helemaal niet erg als je wat fout zegt.

Heb je tips voor het creëren van een ontspannen sfeer creëert?
Maak het gezellig door op tafel te gaan zitten, met lichaamstaal heb je controle over het verloop van de les. Dus als je grapjes maakt en met je handen praat, dan wordt het gewoon leuk. Extra voldoening geeft het wanneer je leerlingen onderling hoort praten over het onderwerp.

Hoe ziet een les eruit? En hoe reageren de leerlingen erop?
Ik gaf les over de circulaire economie, maar zo’n les begin je altijd met het vertellen over NJR. Leerlingen vinden het al heel snel tof en willen vaak weten hoe ze zich aan kunnen sluiten. Het is dan ook heel anders dan een gewone les wiskunde of Nederlands. Verder is het leuk om te zien dat je echt bewustzijn creëert. Leerlingen weten over het algemeen niet zo veel over duurzaamheid, en de impact die hun levensstijl heeft op de omgeving. Grappig is dat jongeren bepaalde dingen heel normaal vinden, maar de dingen die nog niet zo aan de orde zijn, vinden ze heel raar. Zo vinden ze het huren van een telefoon normaal, maar het leasen van een spijkerbroekvies.

Het leukste vind ik de laatste opdracht van de les, deze is heel interactief. Daarbij wordt uitgelegd dat de uitkomsten mee worden genomen naar de VN. De leerlingen voelen zich dan serieus genomen omdat ze zien dat ze impact kunnen maken.

Aan het einde van de les zeggen leerlingen vaak iets in de trant van: “Ik heb heel veel zin om duurzaam te leven”. Dat vind ik leuk om te horen, maar ik weet natuurlijk niet wat ze er echt mee doen.

Wat heb je geleerd?
Om met meer zekerheid te spreken voor een groep. Daarnaast hoe je je lichaamstaal kan gebruiken, en hoe je een klas kan enthousiasmeren. Als je zelf achter iets staat, dan kun je de rest meekrijgen om het ook leuk te vinden.

Heb je weleens lastige vragen gehad?
Niet zozeer inhoudelijk, maar meer persoonlijk. Waardoor je bij jezelf te raden gaat, ‘hoe duurzaam ben ik eigenlijk?’. Het is dus heel reflecterend, de leerlingen zijn namelijk heel puur en direct.

Heb je nog tips voor het geven van een gastles?
Als je weet wat je wilt vertellen ben je zelfverzekerder. Het gaat namelijk om het verhaal dat je aan het vertellen bent, en niet om jou als persoon.

 

Blog gastlessen Smartphones en schaarse grondstoffen Brendy Batenburg

 

Jong & Duurzaam geeft dit jaar gastlessen over de circulaire economie. Tijdens de Geoweek hebben we het met leerlingen specifiek over smartphones en schaarse grondstoffen. Dit keer de ervaring van Brendy.

“Bent u onze nieuwe docent?”

Kinderen zijn heel nieuwsgierig, dat merk je meteen. Tijdens de Geoweek worden er allerlei activiteiten voor de leerlingen georganiseerd. Als je binnen komt weten ze dus niet waar je van bent en wat je hier doet. Voor hen de perfecte situatie: de brutaalste jongeren willen je dan natuurlijk even ‘testen’. Al snel komt de vraag of ze op een andere plek mogen zitten en ja, zo aardig ben ik dan wel weer.

“Dit is al mijn derde smartphone, maar wel tweedehands!”

Mijn openingsvraag ontketent een berg reacties. Ze hebben allemaal een smartphone en voor sommigen is het al hun derde, vierde of zelfs vijfde. Maar daarvan zijn er wel een paar van broers of zussen geweest, zeggen ze er snel achteraan. Ergens voelen ze dus wel de achterliggende gedachte: gaan we wel zuinig genoeg met onze spullen om?

  “Maar als er daar zoveel goud is waarom zijn het dan arme landen?”

Ze stellen hele interessante vragen, sommige waarover je zelf ook weer even moet nadenken. Ik zeg ze dat we ‘actief gaan kijken’ naar een deel van de documentaire  ‘Vuil Goud’ en dat we een paar opdrachten gaan maken. Eerst gaan we kijken welke problemen er allemaal zijn en daarna gaan we oplossingen verzinnen. Het is prachtig om te zien hoeveel de leerlingen weten en waar ze zelf mee op de proppen komen. Ook de verbazing tijdens de documentaire is groot.

Volgende keer gaan jullie een te-laat briefje halen”

De docent achterin de klas zet deels de toon van de les, maar het grootste deel wordt bepaald door de interactie tussen de leerlingen en mijzelf. Er zijn er altijd wel een paar die te laat binnen komen of op een andere manier je gastles kunnen verstoren. Daarom is het belangrijk om een onderwerp te kiezen waar zij zich verbonden mee voelen. Ik merk ook dat wanneer je je enthousiasme laat zien, dat terugkomt uit de groep, waardoor je er een spontane, interactieve les van maakt. Meer een workshop eigenlijk! De concentratie is in de laatste vijf minuten wel weg, maar dat is ook niet erg. Mij gaat het erom dat ze de boodschap met zich meenemen en dus méér zien dan alleen een mobieltje.

“Het was erg leuk mevrouw!”

Aan het einde van de les vraag ik de leerlingen wat ze ervan vonden en de reacties zijn positief. Ze hebben allemaal een smartphone, maar de meeste leerlingen weten niet van de problemen hierachter en dat er schaars materiaal als goud in zit.  Na de les loop ik door de gang en wordt er enthousiast, doch verlegen, naar me gezwaaid of geroepen. Dag mevrouw! Hoe vaak word je als 21-jarige nou ‘mevrouw’ genoemd? Geweldig. Ik hoop dat NJR nog lang actief blijft in het geven van gastlessen. De feedback is enorm positief, de scholieren krijgen vaak hele nieuwe informatie te horen en leren hiervan. Al met al een verrijkende ervaring en ik zou het iedereen aanraden een keer te proberen!


Brendy Batenburg (Mediateam Jong & Duurzaam)

 

Student, ondernemend en duurzaam aan de slag. Lees het verhaal van Yagmur.

                                                                    Enkele producten van aGreenStory

                                                                    Enkele producten van aGreenStory

Een nietjesloze nietmachine, etui van gerecyclede bouwnetten of uitwisbaar notitieblok: deze bijzondere schrijf- en papierwaren vind je op aGreenStory.nl. Waarom begon Jong & Duurzaam Mediateamlid Yagmur Masmas haar bedrijf aGreenStory? En welke tips heeft ze voor andere jonge ondernemers? Dit ondernemende Jong & Duurzaam lid geeft tips in een interview!
 

Waarom wilde je een eigen bedrijf oprichten?

“Tijdens de middelbare school kon ik geen mooie schriften vinden die voldeden aan mijn belangrijkste criterium: geen schade aanrichten aan de levenskwaliteit van mens en dier, nu of in de toekomst. Het bleek een dilemma. Vond ik een gerecycled schrift, dan was het met de hand gemaakt in een ver land, om maar te zwijgen over de prijs. Waarom was het zo lastig om eerlijke producten te vinden, die er zo uitzagen dat ik er als middelbare scholier mee gespot wilde worden? Uit frustratie zette ik zelf aGreenStory op, een webshop voor innovatieve schrijfwaren met een groen verhaal.”

                                                                            Yagmur bij het kantoor van NJR

                                                                            Yagmur bij het kantoor van NJR

Wat betekent duurzaamheid voor jou?

“Ik zie duurzaamheid heel concreet: Waarom zouden we een minder vrolijke wereld achterlaten voor onze kinderen als het ook anders kan? Voor mij is een mensvriendelijk (en dier-, boom-, kleinkind- en achterkleinkindvriendelijk) product niet bijzonder, maar vanzelfsprekend. Anders werken we onszelf uiteindelijk tegen.”


Hoe bereik je momenteel scholieren en studenten?

“Op het moment richten we ons op enerzijds op studenten via ophaalpunten, anderzijds op consumenten, bedrijven en scholen via de webshop en offline evenementen. Online bestellen maakt het makkelijk om voor de duurzame keuze te gaan. In de studentenwereld speelt duurzaamheid steeds meer, maar vooral op lokaal niveau. Vandaar werken we samen met o.a. Green Offices van universiteiten en Studenten voor Morgen om duurzame schrijfwaren op universiteitscampussen beschikbaar te stellen. Op dit moment zijn er afhaalpunten bij Green Office Maastricht, Amsterdam University College en binnenkort Universiteit Utrecht bij NEST Uithof.”

Hoe gaan jullie te werk bij het selecteren van producten? Welke moeilijkheden kom je hierbij tegen?

“De afkomst, de productiemethode en alle restproducten die erbij vrij komen houden we in de gaten. Niet alle bedrijven zijn hierover even transparant. We zoeken de beste combinatie qua keurmerken, betaalbaarheid en afkomst, maar het blijft constant speuren! Op de website staan per product een aantal icoontjes voor de duurzaamheidskenmerken waar het aan voldoet.”

Is het runnen van je bedrijf te combineren met je studie?

“Als je heel serieus voor een onderneming wil gaan, is het lastig te combineren. Veel jonge ondernemers die ik ken, hebben een tussenjaar genomen om het bedrijf een boost te kunnen geven. Zelf ben ik er nu ook een halfjaar tussenuit. Als je een groot team hebt en vaak kunt afspreken omdat je bij elkaar in de buurt woont is dat ideaal en zal het makkelijker te combineren zijn.”

Heb je tips voor studenten met ideeën voor een eigen bedrijf tijdens de studie? Zou je het aanraden?

“Ja! Zelf ideeën uitwerken is leerzaam op een totaal andere manier dan examens maken. Je leert allerlei praktische kennis en vaardigheden bij. Het is wel even doorzetten en uit je comfort zone gaan, maar er komen steeds meer acceleraters, incubators en prijzen voor sociale ondernemers waardoor je veel sneller kan opstarten. Met een leuk team bouw je een enthousiaste community rond jouw onderneming en een netwerk voor de toekomst.”

Interview & foto: Eliza Marx

 

 

 

Duurzaam ondernemen in...thee!

Blog Lowik.jpg

Thee is het meest gedronken plantje ter wereld. In vrijwel elke cultuur over de hele wereld wordt deze eeuwenoude drank gedronken. Wat veel mensen niet weten is dat achter deze mooie plant een wirwar aan processen loopt, die vaak geen zuivere koffie (of in dit geval: thee) is.

Ik ben Lowik Pieters, 20 jaar oud en mede-oprichter van Evermore, een klein familiebedrijf uit Rotterdam dat specialist is op het gebied van super kwaliteit thee, koffie en chocola.  Het is een uit-de-hand-gelopen-hobby. Ik ben opgegroeid met thee, lekker eten en vooral: proeven. Over koffie en chocola kan ik ook vertellen, maar ik denk dat thee speciale aandacht verdient omdat er nog weinig bekend is over eerlijke handel in thee.
            Sinds ik twee jaar geleden startte als student Milieu-Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, begon ik na te denken over duurzaamheidsvraagstukken, wat resulteerde in het vraagstuk over duurzaam ondernemen in de theebranche en hoe een kleine onderneming als Evermore daarin een aandeel kan hebben.
            Toen we zeven jaar geleden begonnen, bedachten we dat van onze producten de hele keten blij moet worden, van producent tot consument. Die opgave bleek lastiger dan gedacht. Hoe controleer je of de theeplukkers geen kinderen zijn? En krijgen ze wel eerlijk betaald? Hoeveel tussenpersonen zitten er in de handelsketen? We besloten dat we met eigen ogen moesten zien hoe thee werd geproduceerd.
            Twee jaar geleden bezochten we voor het eerst theeplantages is Sri Lanka. We zijn zowel aangekondigd als onaangekondigd een kijkje gaan nemen. Wat meteen duidelijk was, is het verschil tussen plantages. De ene is puur ingesteld op toeristen en heeft een theesalon en een winkel, de ander is een kleinschalige coöperatie of juist onderdeel van een heel groot bedrijf. Op aankondiging werden we meestal hartelijk ontvangen: we kregen een rondleiding over de velden en door de fabrieken en werden ook nog uitgenodigd voor de lunch. Heel fijn, maar het voelde af en toe toch ongemakkelijk. Wanneer we onaangekondigd langs kwamen werden we soms gewijgerd, maar in een fabriek die hoge kwaliteit thee produceert als ‘Lumbini’ waren we welkom en konden we meteen thee inkopen als we dat wilden. Het was er schoon en de werkomgeving leek veilig.
            Bij ‘leek’ bleven we echter steken. Met welke goede bedoelingen je namelijk ook komt, je kunt in zaken nooit precies weten of degene met wie jij zaken doet net zo eerlijk is als jij. We besloten dus contact te houden met de eigenaren van de plantages als gevoelsmatige check op eerlijkheid. Een label als fair trade zet namelijk een goede stap, maar zegt niet alles (en lokt vaak zelfs misbruik uit).
            Toen we thee wilden importeren naar Nederland schrokken we van de hoge invoerkosten en verplichte tests op voedingsmiddelen waarmee we te maken zouden krijgen. Dit was te kostbaar voor ons kleine bedrijf. We leerden dat bedrijven die de keten daadwerkelijk kunnen veranderen de grote bedrijven zijn. Daar maken we sindsdien handig gebruik van door eerst contact te leggen met de producenten en vervolgens in te kopen via grote coöperaties om de kosten te drukken. De grootste kracht in verandering zullen echter de consumenten zijn. Evermore kan consumenten aansporen kritisch te zijn en te kiezen voor kwaliteitsthee.
            Het belangrijkste wat ik dan ook wil meegeven als je (voedings)producten koopt: vraag vooral door waar het vandaan komt en hoe het is gemaakt. Het is niet erg om achterdochtig te zijn, maar ga ook uit van vertrouwen. Alleen door een goede band op te bouwen met producenten en de klantenkring kun je een duurzaam product neerzetten waarvan de hele keten blij wordt.

Hier kun je meer lezen en foto’s bekijken over onze thee- en koffiereizen.

P.S. Sinds kort hebben wij een winkel, koffiebranderij en café geopend aan de Coolhaven 158A/160B in Rotterdam. Ook geven we daar proeverijen en lezingen over thee, koffie en chocola. Like onze facebookpagina voor onze openingstijden en updates over onze evenementen.

 

UNESCO conferentie: inspirerend en daadkrachtig

Inspirerend en daadkrachtig waren de twee kernwoorden op de Unesco Youth Conference on Education for Sustainable Development (ESD), die deze week in Nagoya, Japan, werd gehouden. Op donderdag 6 en vrijdag 7 november kwamen 50 jongeren bij elkaar om van elkaar te leren én elkaar te inspireren binnen het thema ESD. Namens Nederland ben ik één van deze 50 deelnemers.

Deze Youth Conference vindt plaats voorafgaand aan de UNESCO World Conference on Education for Sustainable Development, die aanstaande maandag in Nagoya van start gaat. Doel van deze conferentie is het vaststellen van het Global Action Plan for ESD voor de periode 2015-2020. Dit Global Action Plan, dat richtinggevend is voor overheden wereldwijd, wordt ondersteund door onder andere een Youth Statement, waaraan wij vandaag hebben mogen werken.

Inspirerend

Vijftig jongeren van over de hele wereld, met één gedeelde passie: de combinatie van duurzame ontwikkeling en onderwjis. Vijftig jongeren met verschillende achtergronden, uit andere culturen, met andere ervaringen en eigen ideeën. Tijdens brainstormrondes hebben we na gedacht over wat wij, jongeren van deze wereld, van belang vinden binnen het thema ESD.

Veel interessanter – en veel te kort – waren de pauzes. Alle deelnemers hebben zúlke bijzondere verhalen en ervaringen, zúlke fantastische voorbeelden, dat het moeilijk was om niet te blijven praten. Een paar voorbeelden: Corrinna uit Guatemala traint en ondersteunt jongeren bij het opbouwen van hun duurzame, lokale gemeenschap. Nickson Otieno uit Kenya heeft het GreeningU-initiatief opgezet, waarbij zowel de Universiteit als de lezer (U, de student) wordt aangesproken op duurzaam gedrag. Felix Spira uit Duitsland is bezig met het uitrollen van het Green Office-model, om studenten binnen het hoger onderwijs actiever te betrekken bij het verduurzamen van hun iegen universiteit. Mohammed Ogeto uit Etheopië traint dorpsbewoners in dunbevolkte gebieden in social entrepreneurship, waarmee zij hun eigen gemeenschap kunnen versterken. En nog veel meer – meer dan voldoende inspiratie om thuis weer mee aan de slag te gaan!

Daadkrachtig

De openingswoorden van Irina Bokova, directeur van UNESCO, lieten weinig ruimte voor discussie. Youth, don’t wait for us [noot: de oudere generatie] to make decisions. You have a vision and commitment towards ESD, and the power to make that vision reality. Sustainable development should be the aim of education, and not a separate part. In order to change that, we need you!

De thematische discussies hebben deze daadkracht overgenomen. Binnen drie uur lag er een concept Youth Statement, met uitspraken als Provide institutional support, resources and legitimacy for youth leadership, Youth-to-youth leadership should be enhanced by training inspiring young people to enable them to inspire others en Innovative, new ways of (digital) learning have to be found to reach all in need of education. Het Youth Statement wordt begin volgende week op de UNESCO World Conference on ESD gepresenteerd.

Alle 50 jongeren, waaronder ik, zullen tijdens de World Conference ook aanwezig zijn en deelnemen in workshops waar ook beleidsmakers en ministers zitten. Wij zullen op onze beurt hen proberen aan te zetten tot actie: om duurzame ontwikkeling het doel te laten zijn van onderwijs, in plaats van een apart onderdeel. De eerste stap, een sterk Youth Statement, is gezet. Wordt vervolgd!

Groeten,

Sybren

Werkgroeplid Jong en Duurzaam